Les 4: Popper, Kuhn en Lakatos.

1.         Terugblik op de verhouding Popper – Kuhn.

Een nieuw demarcatiecriterium?

Het is de vraag of het verschil tussen Popper en Kuhn wel zo groot is. Wetenschap betekent volgens Popper het voortdurend zoeken naar weerleggingen.  Als een theorie botst met feiten dient hij weerlegd te worden. De nieuwe theorie moet beter zijn dan de oude en de nieuwe feiten goed kunnen verklaren. De nieuwe theorie mag niet bestaan uit ad hoc-verklaringen. Via weerleggingen is er sprake van voortdurende groei van kennis en vooruitgang in de wetenschap. Wetenschap ondergaat hierdoor een permanente revolutie.

Kuhn is het hier op zich wel mee eens, maar hij spreekt niet van permanente revolutie. Volgens hem komen revoluties slechts incidenteel voor. De weerleggingen volgens Popper, zijn in feite en bij nadere analyse niet meer dan een verdergaande articulatie van een bestaande theorie. Het zijn de nieuwe en soms lastige feiten, die aanzetten tot het bijstellen van een theorie. Zogenaamde anomalieën leiden tot verdergaande theoriearticulatie en niet direct tot falsificatie.

Poppers falsificatie is eigenlijk de theoriearticulatie van Kuhn en deze laatste doet meer recht aan de praktijk binnen de wetenschap.

Verder is een strijdpunt de invloed van externe factoren. Volgens Kuhn zal een wetenschappelijke groep natuurlijk uit zijn op nieuw onderzoek en op het inpassen van nieuwe feiten in een theorie en deze dus verder willen articuleren, preciezer maken. Maar dat is normale wetenschappelijke praktijk. Met alle middelen zal er geprobeerd worden het fundamentele paradigma, waarbinnen de theorie functioneert overeind te houden. Pas als er te veel lastige feiten zijn en als er een toonaangevende groep revolutionairen is, die voor een nieuw paradigma pleit, zal er iets fundamenteels gaan veranderen en sprake kunnen zijn van een paradigmawissel. Tot die tijd is normale wetenschap articulatie van de theorie.

Kuhn vindt Poppers theorie ook uit historisch oogpunt niet erg kloppen. Er is geen groot verschil tussen een astroloog, medicus of meteoroloog als het gaat om Poppers criterium van wetenschap. Allen zullen zeggen dat hun theorieën en tabellen nog niet voldoende precies zijn om alles te verklaren, maar wel een heel eind op weg zijn. Volgens Kuhn is astrologie alleen daarom niet wetenschappelijk, omdat er geen traditie van puzzeloplossing bestaat die tot interne progressie zou leiden. Het puzzeloplossend vermogen is bij Kuhn het demarcatiecriterium geworden.

2.         Popper over Kuhn.

Het onderscheid tussen applied en pure science.

a.         Kuhn vindt dat Popper de praktijk van normale wetenschap volledig over het hoofd ziet. Hij heeft voornamelijk aandacht voor “extraordinary research” en “extraordinary science”. Popper merkt daarover op, dat hij hier wel degelijk oog voor heeft. Hij vindt dit alleen geen echte wetenschap, hij waardeert dit anders. Hij beschouwt de focus op normal science als iets voor mensen, die alleen maar uit zijn op snelle resultaten en toepassingen. Het zijn de studenten en de wetenschappers van de applied sciences, die tevreden zijn met het toepassen van een dominante theorie, maar daar geen kritische vragen bij stellen. De echte wetenschapper, de pure scientist, is meer dan een puzzle solver.

b.         De visie van Kuhn van opeenvolging van dominante theorieën na een periode van crisis en revolutie is te simpel, zegt Popper. In elke tijd zijn er “dominante theorieën” geweest die naast elkaar bestonden en waarover tussen wetenschappers onderling zinvolle en rationele discussies gevoerd konden worden. Wellicht is Kuhns visie op paradigma ook niet in orde. Wat zijn paradigma’s? Niet meer dan geaccepteerde researchprogramma’s “a mode of explanation which is considered so satisfactory by some scientist that they demand its general acceptance”.

c.         Kuhn zet de deur open voor historisch relativisme. Hij beschouwt een gemeenschappelijke taal, een gemeenschappelijk denkkader en algemene aannames als basis voor rationele wetenschap. Zo’n “common framework”  is er natuurlijk wel, dat ontkent Popper niet, maar er is altijd discussie over mogelijk. Goede wetenschap staat open voor kritiek en is democratisch, dominante dogma’s behoren juist uitgebannen te worden en vervangen door voorlopige uitspraken en permanente kritiek daarop. Op een andere manier is er nooit sprake van vooruitgang in de wetenschap.

3.         Imre Lakatos.

Is er een synthese tussen Popper en Kuhn mogelijk?

Lakatos probeert het goede uit de theorie van Kuhn en Popper te behouden. Hij vindt inderdaad dat Popper een te rooskleurig beeld geeft van wat er in de praktijk gebeurt. Hij geeft Kuhn in zekere zin gelijk in zijn beschrijving van wat wetenschappers feitelijk doen (niet falsifiëren, maar puzzlesolving en hulptheorieën opstellen). Lakatos ziet tevens een oplossing voor het relativisme van Kuhn. Zijn er criteria (is er een onafhankelijke scheidsrechter) om wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s te beoordelen? Die zijn er zeker, zegt hij. Zijn methodologie van wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s (WOP) met het onderscheid tussen positieve en negatieve heuristiek is daar een goed voorbeeld van (zie De Vries § 3.3 en 3.5).