Poppers logica van wetenschappelijk onderzoek:

 

1.  Het oude fundament van wetenschap deugt niet.

Generalisatie op grond van singuliere waarnemingen (inductie) is strikt logisch en kennistheoretisch niet erg sterk. [Hume: ijs smelt bij 00, maar is dat op grond van een algemene wet? Bestaat causaliteit?  en  Waarneming is altijd “gekleurd” door verwachtingen. ]

* bekijk filmpje over waarneming.

 Test waarneming.

 

2. Er moet een nieuw fundament komen. Demarcatiecriterium.

Met andere woorden:

Waarin onderscheidt zich wetenschap van pseudowetenschap? Is er een duidelijke demarcatielijn, een geldig criterium? Ja dat is er als een theorie toetsbaar, falsificeerbaar is.

 

3. Een wetenschapper zoekt niet naar bewijs van eigen gelijk, maar is bescheiden.

Theorieën zijn hooguit voorzichtige gissingen (zoekontwerpen). Een wetenschapper is geen dogmaticus en geen relativist. Hij wil een bijdrage leveren aan groei van kennis en is daarom altijd kritisch.

* zie gesprek (1) met Popper over Marxisme.

4. In de (goede) wetenschap is er een fundamenteel besef van waarheid onder bepaalde condities, theorieën zijn altijd voor verbetering vatbaar.

Een symptoom (E) kan verklaard via theorie (T), maar alleen onder bepaalde condities (IC). T berust ook op afspraken.

De juiste methode in de wetenschap is daarom:

a. Zoek naar weerlegbaarheid van een theorie, vraag naar voorwaarden van ongeldigheid.

M.a.w. wat zijn de potentiële falsificatoren?

Van welke basisuitspraken, basiszinnen of door iedereen geaccepteerde “achtergrondtheorieën” wordt er uitgegaan?

Deze algemeen geldige afspraken in de wetenschap berusten op consensus of zijn conventies. (Ten diepste berust wetenschap met haar pijlers in een drassige en moerassige bodem i.p.v. op een rockbottom of knowledge.)

b. Maak een theorie sterk, door hem te vergelijken met andere theorieën.

Een theorie wordt beter als hij meer zegt over de werkelijkheid, als zijn empirische inhoud groot is (De Vries, 1995,  65). Empirische inhoud hangt samen met onwaarschijnlijkheid.

Onderwerp de theorie aan zware tests (corroboratie), doe dat niet ad hoc, maar maak vooraf afspraken over wanneer een theorie zijn geldigheid verliest.

c. Geef het zoeken naar wetten die het bekende (probleem) kunnen verklaren nooit op!  Trial and error.

Ga daarbij systematisch te werk:

Wat is het probleem?

Welke theorie heb ik?

Welke test heb ik?                geen falsificatie, dan aanvaarden van theorie (voorlopig).

                                                 falsificatie, dan verwerpen (cyclus start opnieuw).

(Hypothetisch – deductief verklaringsschema.)

* zie gesprek (2) met Popper over trial and error.

 

5. In sociale wetenschappen: hooguit piecemeal social engineering.

a. Doe geen voorspellingen op lange termijn, dat zou profetieën opleveren, want er zijn te veel parameters of beter: IC is voortdurend aan verandering onderhevig ten gevolge van groei van kennis. Daarom Durkheims theorie wel, maar Marx’ voorspelling/verklaring niet!

b. Laat de politiek doelen bepalen o.g.v. kritische en open discussie. Voor de wetenschap blijft uitdenken van technische middelen om problemen aan te pakken de hoofdtaak.

c. Net zoals in de wetenschap slechte theorieën geëlimineerd dienen te worden, zo moeten ook slechte regeringen weggestemd kunnen worden. (The open society; in Plato’s staat en Marx’ DDR was dat niet het geval. Individu onderschikt aan speculatief, collectief einddoel.)

 

6. Hoe gaat de sociale wetenschapper te werk (1)?

a. Met Max Weber (in het voetspoor van Winch) beperkt men zich tot de “verstehende” methode.

Sociaal handelen begrijpen door explicatie van begrippen, die kenmerkend zijn voor bepaalde maatschappijvormen (Sinnhaft adäquat – kausal adäquat).

b. Met Emile Durkheim beperkt met zich tot korte termijn verklaringen en voorspellingen op grond van statistische gegevens.

In schema:

 

 

Probleem

Symptoom

Versterkt door:

Oplossing:

Max Weber

Rationalisering

Kapitalisme, winst maken, efficiency

Protestantisme (ascese, angst, uitverkiezing)

Geen (?)

Emile Durkheim

Anomie

Zelfmoord

Afwezigheid v integrerende sociale organismen

Gemeenschapszin bevorderen door …

 

 

 

 

 

 

 

7. Is de methodologie van Popper misschien toch vruchtbaar voor sociaal wetenschappelijk onderzoek?

Een medewerker van het Europees platform poneert in een artikel de volgende stelling (hypothese):

Bij internationale uitwisselingen binnen Europa waarbij Nederlandse leerlingen uit het voortgezet onderwijs in gastgezinnen minimaal 2 weken verblijven en de doeltaal spreken is een vooruitgang in luister- en spreekvaardigheid in de betreffende taal te constateren.

Hoe zou je met behulp van Popper deze hypothese moeten toetsen?